Verhaal-2014



Toegift                                                                                            Kerstverhaal 2014



Een lekkere droge en windstille winteravondavond.

Het vriest wel een graadje, maar de sterren zitten verstopt achter de wolken, dus écht ijskoud zal het niet worden vannacht.

Zoals reeds vele jaren viert een vast clubje Kerstmis buitenshuis tijdens hun kersttreffen.

Kerstavond; kletsen bij het kampvuur, glaasje glühwein erbij of wat sterkers en wat typische kerstlekkernijen. Iedereen had wel iets meegenomen. En rond middernacht gaan Karel en Inge traditiegetrouw zeker weer oliebollen bakken. 

'T was leuk geweest als de wereld wit zou zijn, maar de laatste jaren had het niet écht meer gesneeuwd met kerst.

Jammer wel. Zo'n sneeuwlandschap, vooral bij een volle maan, geeft toch een extra betoverend effect aan het tentenkamp.

Een paar jaar geleden hadden ze het gebeuren eens verplaatst naar de Ardennen, of eigenlijk de Hoge Venen, maar zelfs daar had het niet gesneeuwd. Dus besloten ze om voortaan bij hun vertrouwde stek hier in Drenthe te blijven.

In de loop der jaren is er soms wel wat aanwas geweest van "jongvolk", en een enkele oudgediende is inmiddels afgevallen, maar in de kern is dit nog steeds hetzelfde clubje winterharde motorrijders. Vrienden.

 

Ondanks de windstilte horen de aanwezigen in een overwaaiende "windvlaag" een bekend geluid. Heel ver weg, en heel zacht, maar toch wel herkenbaar. Het geluid lijkt van alle kanten te komen maar komt niet dichterbij.

Een Motor ? Iedereen is er toch ? Misschien een nieuweling die in het forum heeft gezien dat we hier zitten met kerst.

" 'T is een vreemd'ling zeker, die verdwaald is zeker..." klinkt het melig.

"Kan het waarschijnlijk niet vinden, die arme ziel. Hoe poëtisch; een verloren, dolende ziel in de Kerstnacht".

Dan merkt iemand op: "Gut, lijkt de motor van Ruud wel. Klinkt precies zo...".

"Stel je voor, het ís Ruud" zegt een ander. "Zo van: S U R P R I S E . . .".

Bij enkelen gaan de nekharen recht overeind. Greetje wordt bleek en zegt met een licht trillende stem: "Zeg doe mij effe een lol, hou eens op met die enge praatjes". Ze kruipt wat dichter tegen Jasper aan.

Er wordt wat ongemakkelijk geschuifeld; sommigen lijken niet helmaal op hun gemak.

Freek ziet bovendien lijkbleek en kijkt verschrikt met opengesperde ogen om zich heen.

Maar Ruud zal het zeker niet zijn, die is immers afgelopen herfst in die extreme najaarsstorm verongelukt.

Waarom die er in godsnaam op uit ging in dat waanzinnige weer... Onbegrijpelijk voor iedereen die hem kent.

Dat was helemaal niks voor Ruud. Een watje was hij bepaald niet, maar zo'n onnodig risico lopen...

Nee... ze konden er niet bij. Er móet wel een heel dringende reden geweest zijn, maar niemand weet wat dan wel.

 

Het wordt stil om het kampvuur. Men denkt terug aan Ruud. Jarenlang bij elk treffen aanwezig met zijn gitaar en mondharmonica. "Clubbard" was zijn eretitel.

Niet dat het nou zo'n geweldige artiest was; zijn gitaarspel, niet bepaald wereldklasse en soms forceerde hij zijn stem te veel zodat die oversloeg. Rook van het kampvuur en vocht en koude deden zijn stem vaak ook geen goed.

Kortom, het kon wel eens ietwat onzuiver worden. Maar dat nam zijn publiek graag voor lief; het gaf toch een bepaalde sfeer, zo'n troubadour bij het kampvuur. En had je even geen behoefte aan zijn "gekweel", dan kon je gewoon aan de andere kant van het kampvuur gaan staan kletsen. Daar hoorde je hem al bijna niet meer.

"Toch mis ik hem wel... én zijn stomme muziek. Paar kerstliedjes zouden de sfeer nu wel ten goede komen." zegt Jaap, het reismaatje van Ruud. Hij trok het langste met hem op, en hij mist hem nu toch het meest.

Ja, en Sylvie natuurlijk, Ruud z'n vriendin. Zij had lang getwijfeld of ze wel mee zou gaan, maar waar kon je beter zijn met deze dagen dan bij een stel hele goeie vrienden.

Er worden herinneringen opgehaald. Onvermijdelijk. "Goh... we hebben wat afgetobd om die jammerplank mee te krijgen af en toe" begint Jaap. "Ja, ik wist wel dat ie graag muziek maakte natuurlijk, maar opeens kreeg die het op z'n heupen en moest en zou dat ding mee naar motortreffens.

Eerst was dat geen probleem. Toen hij die Ural met zijspan had, met dat BMW blok erin. "Plek zat" zei hij en hij gooide vervolgens 2 gitaren in de bak. Waarom twee? vroeg ik toen nog aan hem, je kan maar op één tegelijk spelen.

"Ronald komt ook" zei hij, "en misschien Rogier. Die spelen ook allebei gitaar, maar ze kunnen die op hun solofietsen niet kwijt door alle bagage. Misschien vinden zij het ook leuk om met elkaar wat muziek te maken bij het kampvuur.".

En sindsdien had hij altijd een gitaar mee. Waar hij ook heenging en ongeacht de motor. En dat je op een solofiets geen gitaar kwijt zou kunnen heeft hij later ook gelogenstraft. Nadat z'n Ural verkocht was kroop hij op dat Hondaatje 360 twin.

Zo'n verrektes klein rijwiel dat hij nauwelijks fatsoenlijk op dat ding kon zitten. En plek voor bagage ho maar...

Hij had er alleen een paar Craven koffertjes aangeschroefd en een bagagerekje. Maar koste wat kost, die vermaledijde gitaar ging mee achterop... En wat ie niet zelf kon meenemen ging bij dit sufferdje mee in de bagage..."

Jaap wijst met z'n duim naar zichzelf. De menigte knikt en glimlacht bij de herinnering.

Er waren er nog genoeg die er vanaf het eerste uur bij waren toen de club van start ging.

"Ik weet nog dat iemand bij een treffen op een gegeven moment z'n gitaar uit z'n handen rukte en op het kampvuur smeet". 'Nou ben ik het zat... dat stomme kattengejank. Ik kan m'n eigen woorden niet verstaan ' riep tie.", herinnert Chris zich.

"Ja, dat was toch die Jules... Jeeezzz, wat waren we verontwaardigd. Jaap zou hem zó aangevlogen hebben als Ruud niet huilend van het lachen tussenbeiden was gesprongen. Ruud had dat met Jules afgesproken.

Als hij ging stoppen zou hij Jules een teken geven en die smeet toen die gitaar in het vuur. Het ding was door al die reizen zó krom getrokken dat die toch niet meer goed te stemmen was. En Ruud had al een andere gitaar op het oog".

"Volgens mij heeft onze mystery guest het opgegeven" zegt iemand "ik heb al een poosje geen motor meer gehoord".

Iedereen houdt z'n mond en spitst z'n oren, maar ze horen hem inderdaad niet meer.

Greetje ontspant zich, Jasper kijkt haar glimlachend aan, "Je dacht toch niet écht dat het Ruud was hè?

Geesten bestaan niet immers". Ook Freek kijkt opgelucht.

Hoewel het gemis van Ruud natuurlijk wel enigszins parten speelt wordt het langzaam aan een kerstavond zoals ze gewend zijn. Zoals het bedoeld is. Zoals Ruud ook zou willen dat het zou zijn. En het is goed toeven rond het kampvuur.

 

Opeens klinkt in de verte een gitaar die een introotje speelt van "Stille Nacht". Daarna zet een mondharmonica in en die speelt, begeleid door de gitaar, het hele lied. Het geluid komt niet van één bepaalde plek, maar lijkt om het kamp heen te bewegen. Het wordt doodstil om het kampvuur.

Sylvie, met tranen in de ogen, klinkt onheilspellend: "dat is Ruud... Vertel mij niks, dat is zijn stijl van spelen.

Die zou ik overal herkennen".

Er gaat een huivering door de aanwezigen. Greetje was nu het liefst ín Jasper gekropen, en Jasper zelf ziet groen en is z'n normale  zelfverzekerdheid ook duidelijk kwijt.

Alle aanwezigen voelen nu hun nekharen overeind staan en ze staren met grote ogen naar elkaar of in het vuur.

Na "Stille Nacht" is het even stil. Dan klinkt, wat dichterbij, "de herdertjes lagen bij nachte".

"Hij komt hierheen" zegt Theo enigszins beverig en grijpt z'n Gerda nog iets steviger vast. Freek hééft het niet meer.

Hij heeft zijn motorjas over z'n hoofd getrokken en zit voorovergebogen te prevelen en te snikken.

Jaap is de enige die z'n kalmte bewaard lijkt te hebben, maar ook Sylvie, hoewel duidelijk geëmotioneerd, toont géén angst.

"Als dat Ruud is dan hebben we niks te vrezen" zegt Jaap. "Dat heeft hij altijd zelf gezegd.

Weten jullie nog, hoe hij vaak zei dat als hij ooit heen zou gaan, hij ons bij een treffen zou bezoeken om muziek te maken?

Hij noemde dat altijd "een toegift uit het hiernamaals". Hij zei ook altijd dat áls dat zou gebeuren, wij dan vooral niet bang moesten zijn omdat hij tegen niemand van ons ook maar een grammetje wrok kon koesteren.

Dus ik stel voor om onze schrik opzij te zetten en het glas te heffen op onze Ruud.

Op dát moment breekt Freek compleet. Hij flipt volledig, gooit zich voorover op de grond, daarbij bijna in het vuur belandend, en begint erbarmelijk te huilen en te snikken. Schokschouderend roept hij keer op keer uit: "Sorry, sorry, het spijt me zó, vergeef me, Ruud vergeef me". Jaap kijkt Sylvie veelbetekenend aan, Sylvie knikt alleen maar en schudt dan haar hoofd. Ze kijken beiden met lege blik naar het melodramatische tafereel.

De muziek is opgehouden, en ontnuchterd door het gebeuren is de rest ook hun schrik  vergeten. Men vraagt zich verwonderd af wat die poppenkast te betekenen had. Jaap's vriendin Mieke ontfermt zich over Sylvie.

Die had zich tot nu toe dapper staande gehouden maar is nu toch erg ontdaan door het gedrag en de woorden van Freek.

Nadat Jaap, met nog iemand, Freek bij het vuur had weggetrokken, vraagt hij streng; "Sorry ? Vergeef me ? Voor wát, Freek ? Wat moet Ruud je vergeven ?". Freek hapt naar adem. "Ik... ik... was het die Ruud die avond op pad stuurde.

Een smoesje dat er iets met Syl was. Ik wilde hem weg hebben, had z'n mobieltje gepikt en hem die storm ingestuurd.

Ik wilde naar Sylvie en ik wou haar... nou ja... ik... ik... Ja, ik ben verliefd op Sylvie ja! Ik wou haar vertel...

Ik weet niet wat ik wou, maar ik wilde Ruud niet dood. Écht niet... En nou komt hij verhaal halen.. oooohh.. ik ben verdoemd. Ruud komt me halen..." Freek begint weer wanhopig, hysterisch te snikken en te jammeren.

"Maar Sylvie heeft je meteen de deur gewezen hè? Joh, je wist dat ze geen interesse had, dat je geen kans maakte, met of zonder Ruud. Man, wat achterbaks en onverantwoordelijk.

Toen we hoorden dat Ruud díe avond was verongelukt hadden we al meteen argwaan, Sylvie, z'n broer Guus en ik.

We hebben het je op de man afgevraagd. Meermaals. Maar jij bleef maar lekker arrogant ontkennen. Nee, meneer had er niks mee te maken... En je bleef je opdringen aan Sylvie, gunde haar niet eens tijd om te rouwen om haar vriend.

Nou, wees gerust. Het is niet Ruud die je komt halen. Wat ons betreft ruste hij in vrede, maar Guus wilde wel meewerken aan deze ontmaskering. Met toestemming van Sylvie. Het was Guus die op zo'n zelfde motor als van Ruud rondreed vanavond.

En hij was het ook die opnamen van Ruud afspeelde en met een megafoon onze kant op blies.

Ja, het was wel een heftige manier om je te laten bekennen, maar we móesten het weten. En ik moet me verontschuldigen tegenover de rest voor de schrik - vooral Greetje, sorry meid - maar we konden het er niet bij laten zitten.

"Oh maar dát zit wel goed" zegt Greetje dapper, "ik denk niet dat ik nog zo licht van m'n stuk te brengen zal zijn...".   

Guus, de broer van Ruud, was inmiddels met een rugzak vol apparatuur op de motor naar het  kamp gekomen.

De meesten kennen hem wel. Hoewel hij z'n motorrijbewijs heeft, heeft hij zelf niks met motoren, treffens en dergelijke.

Hij heeft zelfs geen motor. Guus heeft meer met elektronica en geluid.

 

Het gezelschap is enigszins tot rust gekomen en praat nog wat na over het gebeurde en hun teleurstelling in Freek.

Die had zich wijselijk in z'n tent teruggetrokken. Het liefst was hij naar huis gegaan, maar dat durfde hij niet in het donker. "Bang voor spoken zeker", grapte iemand. Tegen de tijd dat Karel en Inge hun spullen opgesteld hadden voor de oliebollen is de relaxte sfeer redelijk terug. Glühwein en andere spiritualiën hebben de opwinding wat geluwd, en menigeen zit met half uitgezakte oogleden te wachten op de warme bollen.

In de verte kondigen de kerstklokken de nachtmis aan.

Dan... Weer een onverwachte windvlaag, geruis in de boomtoppen.

Gedragen op deze wind waait een zacht, bijna onhoorbaar, geluid mee naar het gezelschap.

Er zit iets magisch, iets bovennatuurlijks in. De klanken van een zanger-gitarist.

Het volume neemt iets toe en men herkent de artiest...

Ze kijken Guus aan, maar die is zelf duidelijk verrast. Hier heeft hij niets mee te maken.

Maar... geen schrik deze keer, geen angst, geen nekharen. Het is net alsof ze dit verwacht hadden.

Het is het nummer dat Ruud altijd als toegift zong na een avond muziek maken.

Een afscheidslied dat in de Ierse Folk traditie vaak gezongen wordt als sluitstuk of toegift bij muziekoptredens, maar ook bij begrafenissen. Het heet: "The Parting Glass".

"Ruud's allerlaatste toegift", zegt Jaap geëmotioneerd maar kalm als het weer stil is

En dan grinnikend: "Hij is er wel op vooruit gegaan, bij leven klonk het nooit zó zuiver".

De boomtoppen zwiepen heen en weer en ook de struiken ritselen.

"Dát heb ik wel gehoord hoor..." klinkt een geamuseerde fluistering door het kamp.

Dan staat Greetje op - geen spóór van beklemming meer - en heft het glas richting bosrand.

Iedereen volgt haar voorbeeld.

 

Achter de bosrand verwijdert een motor zich.

Het is muisstil in het kamp tot het geluid geheel is verstomd.

De kerstklokken zwijgen.

Stilte... Kerstmis.

 


Einde