Verhaal-2006



Motorengel                                                                                      Kerstverhaal 2006



Kerstavond....       

De ouwe man ploegt op z'n éénpitter voort door de sneeuw.

Glibber-glibber-glij-glibber....

Maar hij blijft wonderwel overeind... Maar net....   


De sneeuwstorm joeg in z'n gezicht.

Z'n vizier sluiten ging niet meer, die zou meteen beslaan.

De sneeuwvlokken die op z'n oogwimpers sloegen voelden als mokerslagen.

Soms raakte een vlok zijn oogbal... 'T was net of iemand met een vinger in z'n oog prikte.

Nauwelijks was nog te onderscheiden waar de weg ophield en de berm begon.

Hij was de enige die daar reed. In het pikkedonker... midden op de hoge Veluwe...

De goudgele kegel van licht die z'n koplamp produceerde leek steeds minder ver te reiken.

Op weg naar huis... Kerstavond... 


Het was wondermooi weer die laatste dagen voor kerst.

Weliswaar géén witte kerst dit jaar, zeiden de weermannen, maar de temperatuur was zaaaalig, en het was droog!

En dat zou zo blijven!

Op 24 december besloot z'n vrouw nog even langs de kinderen te gaan in de stad.

"Oké", zei de ouwe, "dan ga ik vanmiddag op de motor een bakkie doen bij Paul in Deventer.

Rij ik terug lekker binnedoor over de veluwe. Zijn we kerstavond saampies thuis".


Het begon al donker te worden toen de ouwe uit Deventer vertrok.

Eerst even een stukkie snelweg, maar vanaf Apeldoorn-zuid pakte hij de weg langs Otterloo naar Ede. 

Nauwelijks op deze weg aangekomen werd het vreselijk donker en vielen de eerste vlokjes.

Een enkele medeweggebruiker (allemaal auto's uiteraard) kwam hij nog slechts tegen, toen was hij alleen.

En begon het steeds harder te sneeuwen...

"Tjonge jonge" dacht de ouwe, "als ik mijn werk net zo nauwkeurig deed als die weermannen dan stond ik al lang op straat.

Stelletje amateurs!".

Van redelijk vlot doorrijden door een laagje vers gevallen sneeuw was onderhand al geen sprake meer.

Hij was al een paar versnellinkjes terug gegaan, en zat nu dicht tegen stapvoets aan.

Op de weg had zich inmiddels een hele dikke laag sneeuw gevormd, en de overgang tussen weg en berm was nu nog maar een flauwe geul.

Hier en daar gemarkeerd door een struikje of een boompje.

De ouwe begon zich steeds onbehaaglijker te voelen, en zag bijna geen hand voor ogen meer.

Hoewel hij deze weg vaak gereden had, had ie inmiddels ook géén idee waar hij zich nou precies bevond.

Misschien was ie wel ongemerkt een zijweg ingereden.

Hij kon nog maar één kant op voor zijn gevoel... Doorrijden...

Stoppen was onder deze omstandigheden géén sprake van, hij zou zó ondergesneeuwd raken, en teruggaan was niks makkelijker dan doorrijden.

Bovendien wilde hij toch wel graag thuis zijn, want voor z'n vrouw die van Scandinavische afkomst is, heeft kerstavond meer betekenis dan 1e of 2e kerstdag.

Tot overmaat van ramp begon zijn winterbroek ook nog te lekken. Héél subtiel, maar wel voelbaar. In het kruis natuurlijk! 

Toen hij dát merkte overviel hem een gevoel van opgelatenheid en eenzaamheid...

Met opeen geklemde kaken en uiterste concentratie ploeterde hij door...


Opeens stond de motor stil. Zomaar.

Hij was er gelukkig niet hard vanaf gevallen, daarvoor reed hij te langzaam, maar hij was zo'n beetje schuin van het zadel gegleden, en zat nu op z'n kont naast de motor in de sneeuw.

Was ie toch van de weg geraakt, ondanks z'n concentratie, en de motor stond nu in die geul naast de weg.

Omdat deze geheel gevuld was met sneeuw, viel de motor niet om, maar bleef zomaar rechtop staan.

"Nou, einde oefening dan" dacht de ouwe nuchter. Het was ondenkbaar dat hij de motor in z'n eentje weer de weg op kon krijgen.

Als hij al de kracht had gehad - vergeet het maar - dan had je op die besneeuwde ondergrond nog geen grip of houvast...

Hij had sinds afslag Beekbergen al geen auto meer gezien en kon alleen maar hopen dat er een sneeuwschuiver of strooiwagen zou langskomen.

Om niet te koud te worden begon hij wat heen en weer te lopen.

Hij had zijn mobieltje nog geprobeerd, maar die gaf onverbiddelijk aan: "geen verbinding". 


De ouwe had voor z'n gevoel een paar honderd uur gestaan, toen er tot z'n grote verbazing een licht naderde uit de richting waar hij vandaan was gekomen.

Z'n verbazing werd nóg groter toen het tot hem doordrong dat het maar één lamp was. "Krijg nou wat", dacht hij "een motorrijder, hoe bestaat het".

De motorrijder stopte, sloeg z'n vizier open, zei: "weg kwijt ?", en grinnikte. 

Hij reed op een tadeloos mooie BMW R75/5, blauw metallic...

Hèh..., dacht de ouwe, zo één heb ik ook nog gehad, maar dan goudbruin.

Maar wie had ook alweer zo'n mooie blauwe? 

Er was iets geks aan de motorrijder... hij kon niet precies zeggen wàt, maar iets klopte niet.

1e leek het net of hij met gewone snelheid kwam aanrijden, alsof er geen sneeuw bestond.

2e waren de motor en de bestuurder helemaal niet besneeuwd, en 3e leek het of de motorrijder het helemaal niet koud had...

Bovendien was het net of de ouwe deze motorrijder en z'n fiets kende.

Dat gezicht, die manier van praten en dat lachje...

Maar het wilde niet te binnen schieten...

Hij dacht dat z'n waarneming van kou en vermoeidheid niet helemaal jofel meer was, want het leek alsof hij de wereld nu door een soort van waas zag.

De motorrijder, inmiddels afgestapt, leek óp de sneeuw te lopen, hij zakte helemaal niet weg, en hij had de BMW ook óp de sneeuw geparkeerd, gewoon op z'n zijstandaard!

De BMW-piloot wikkelde een rood-zwarte sjaal die hij om z'n nek had af, en zei: "ik zal je even vlot trekken".

De ouwe, die nu helemaal in trance of droomtoestand leek, vond er niks vreemds meer aan, en was gewoon blij dat ie geholpen werd.

De sjaal werd aan de voorkant van de weggezakte éénpitter, en aan de achterkant van de BMW vastgeknoopt.

De BMW-rijder startte de streep 5, en begon langzaam op te trekken.

De ouwe zat op z'n éénpitter en voelde de beweging naar voren én omhoog.

Langzaam werd hij tegen het taluud de weg op getrokken. 

Hoe de BMW ooit grip kon hebben in de sneeuw vroeg hij zich allang niet meer af...

Hoe zijn éénpitter zich zo gewillig en moeiteloos de weg op liet trekken.... het kón gewoon!

Toen de ouwe goed en wel op de weg stond gaf de BMW-rijder een extra stoot gas.

De rood/zwarte sjaal knapte nét voor de knoop bij de éénpitter af, een stukje sjaal aan de éénpitter achterlatend.

Toen reed hij vlot accelererend met een diepe brom, weg. De duisternis in. Met een heel stuk sjaal achter zich aan wapperend.... 

De ouwe leek uit z'n trance te ontwaken en merkte op dat de BMW géén spoor achterliet in de sneeuw, terwijl het net

leek alsof hij in de verte een rood achterlicht in de lucht zag verdwijnen.

"Een motor-engel zeker", was het laatste wat de ouwe dacht.... Alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was.   

 

Met een schok werd de ouwe wakker... Hij lag gewoon thuis in bed, en het was al licht.

"Wat een bizarre droom" dacht hij, terwijl hij met z'n arm links van hem in bed voelde.

Leeg...! Hé, waar was Mrs. ?

Langzaam drong de realiteit weer tot hem door. Z'n vrouw was in de stad gebleven.

Had een SMS-je gestuurd: "treinen rijden niet meer, blijf bij de kinderen slapen, fijne kerst, je liefhebbende..." .

Oh ja, die sneeuwstorm van gisteravond....

Maar hoe hij het ook probeerde, hij kon zich niet herinneren hoe hij in godesnaam thuis was gekomen.

Het laatste wat hij wist was dat ie op de stikdonkere veluwe van de weg was geraakt, maar hoe was tie daar weer weg gekomen????

Hoofdschuddend liep hij naar buiten.


De wegen werden koortsachtig schoongemaakt, maar verder was de wereld nog helemaal wit.

Z'n éénpitter stond netjes voor het huis geparkeerd.

"Goed gedaan jochie", zei hij tegen z'n motortje, terwijl hij hem van achter tot voor inspecteerde...

Toen verstijfde hij..... vooraan zat een stukje stof aan de éénpitter geknoopt...

Rood/zwarte stof... leek van een sjaal te zijn...

En toen kwam alles terug... die motorfiets, die streep 5.

Die kop en de manier van doen van die motorrijder.

Toen hij realiseerde zich wie hem geholpen had, maar dat kón toch niet... Die was toch.... 

"Jij?... Motor-engel ?" fluisterde hij...


Einde.